buitenlijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de omtrek, het silhouet van een voorwerp
- telefoonlijn die het gebouw verlaat
- de buitenste grens van een speelveld
- collectie die speciaal gemaakt is voor gebruik buitenshuis
- buslijn buiten de stand
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenlijnen | meervoud |
| buitenlijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitenlijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten bn en lijn zn
Woordfamilie van buitenlijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenlijnen | meervoud | buitenlijn |
| buitenlijntje | verkleinwoord | buitenlijn |
| buitenlijntjes | verkleinwoord meervoud | buitenlijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenlijn zijn vastgelegd.