buitenleven
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het leven buiten de stand in de natuur, meestal zo genoemd door de stadsbewoner die er voor zijn plezier vertoeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitenleventje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitenleventjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en leven
Woordfamilie van buitenleven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitenleventje | verkleinwoord | buitenleven |
| buitenleventjes | verkleinwoord meervoud | buitenleven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitenleven zijn vastgelegd.