buitengrens
zelfstandig naamwoordBetekenis
- De buitenste grens (van de EU met landen die niet tot de EU behoren) (de buitengrens van het zonnestelsel.)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buitengrensje | verkleinwoord, enkelvoud |
| buitengrensjes | verkleinwoord, meervoud |
| buitengrenzen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van buiten en grens
Woordfamilie van buitengrens
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buitengrensje | verkleinwoord | buitengrens |
| buitengrensjes | verkleinwoord meervoud | buitengrens |
| buitengrenzen | meervoud | buitengrens |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buitengrens zijn vastgelegd.