brugdag
zelfstandig naamwoord ˈbrʏɣdɑxBetekenis
- extra vrije dag tussen een officiële vrije dag en het weekend (door een werknemer opgenomen, zodat hij langer vrij heeft of door de werkgever vastgesteld, zodat het bedrijf zonder onderbreking kan worden gesloten)
Hoe spreek je brugdag uit?
/ˈbrʏxdɑx/
Brugdag bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| d | dak |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brugdagen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van brug zn en dag zn , leenvertaling van Frans jour de pont
Woordfamilie van brugdag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brugdagen | meervoud | brugdag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brugdag zijn vastgelegd.