bronst
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- paardrift van dieren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bronsten | meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bronzen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bronzen
- gebiedende wijs meervoud van bronzen
Vervoeging van bronst
bronsthele werkwoord
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van brons
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘paartijd’ voor het eerst aangetroffen in 1599
Woordfamilie van bronst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bronsten | meervoud | bronst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bronst zijn vastgelegd.