bronchitis
zelfstandig naamwoord brɔŋ'xitɪsBetekenis
- ontsteking van de luchtpijptak
Hoe spreek je bronchitis uit?
/brɔŋˈxitɪs/
Bronchitis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| i | riet |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bronchitissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘ontsteking van de luchtpijptakken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Woordfamilie van bronchitis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bronchitissen | meervoud | bronchitis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bronchitis zijn vastgelegd.