artritis
zelfstandig naamwoord ɑr'tritɪsBetekenis
- gewrichtsontsteking
Hoe spreek je artritis uit?
/ɑrˈtritɪs/
Artritis bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| i | riet |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| artritissen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het modern Latijn, in de betekenis van ‘gewrichtsontsteking’ voor het eerst aangetroffen in 1734
Woordfamilie van artritis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| artritissen | meervoud | artritis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van artritis zijn vastgelegd.