broekspijp
zelfstandig naamwoord 'brukspɛɪpBetekenis
- Een van de twee langere buisvormige delen van een broek waar de benen in gestoken kunnen worden.
Hoe spreek je broekspijp uit?
/ˈbrukspɛip/
Broekspijp bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| u | boek |
| k | kat |
| s | sok |
| p | pak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| broekspijpen | meervoud |
| broekspijpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| broekspijpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van broek en pijp met het invoegsel -s-
Woordfamilie van broekspijp
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| broekspijpen | meervoud | broekspijp |
| broekspijpje | verkleinwoord | broekspijp |
| broekspijpjes | verkleinwoord meervoud | broekspijp |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van broekspijp zijn vastgelegd.