bravoure
zelfstandig naamwoordBetekenis
- (gespeelde) durf, dapperheid
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- durf, dapperheid
- vertoon van zelfverzekerheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bravouretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bravouretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘zelfverzekerdheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1780
Woordfamilie van bravoure
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bravouretje | verkleinwoord | bravoure |
| bravouretjes | verkleinwoord meervoud | bravoure |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bravoure zijn vastgelegd.