brandtrap
zelfstandig naamwoord 'brɑntrɑpBetekenis
- een trap die gebruikt kan worden in geval van nood als de gewone trappen en liften niet meer bruikbaar zijn
Hoe spreek je brandtrap uit?
/ˈbrɑntrɑp/
Brandtrap bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brandtrapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| brandtrapjes | verkleinwoord, meervoud |
| brandtrappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van brand en trap
Woordfamilie van brandtrap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| brandtrapje | verkleinwoord | brandtrap |
| brandtrapjes | verkleinwoord meervoud | brandtrap |
| brandtrappen | meervoud | brandtrap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brandtrap zijn vastgelegd.