bovenraam
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een raam op een bovenverdieping; een raam dat boven een ander raam, of deur zit
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bovenraampje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bovenraampjes | verkleinwoord, meervoud |
| bovenramen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boven vz en raam zn
Woordfamilie van bovenraam
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bovenraampje | verkleinwoord | bovenraam |
| bovenraampjes | verkleinwoord meervoud | bovenraam |
| bovenramen | meervoud | bovenraam |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bovenraam zijn vastgelegd.