bouwweg
zelfstandig naamwoordBetekenis
- tijdelijke vaak onverharde weg die men gebruikt voor bouwverkeer tijdens de bouw van iets
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwwegen | meervoud |
| bouwweggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouwweggetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouwen ww en weg zn
Woordfamilie van bouwweg
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwwegen | meervoud | bouwweg |
| bouwweggetje | verkleinwoord | bouwweg |
| bouwweggetjes | verkleinwoord meervoud | bouwweg |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwweg zijn vastgelegd.