bouwkundige
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- iemand die verstand heeft van bouwen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwkundigen | meervoud |
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van bouwkundig
Herkomst
Afgeleid van bouwkundig met het achtervoegsel -e
Woordfamilie van bouwkundige
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwkundigen | meervoud | bouwkundige |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwkundige zijn vastgelegd.