bouwdok
zelfstandig naamwoord 'bɔudɔkBetekenis
- voor buitenwater afsluitbare bouwplaats waar men als het te te bouwen element klaar is water kan inlaten om het betreffende bouwelement naar de plaats van bestemming te kunnen varen
Hoe spreek je bouwdok uit?
/ˈbɔudɔk/
Bouwdok bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| u | boek |
| d | dak |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouwdokken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bouw zn en dok zn
Woordfamilie van bouwdok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouwdokken | meervoud | bouwdok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouwdok zijn vastgelegd.