bouillon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aftreksel van magere vleesresten, beenderen of vis dat vaak de basis van een soep is
- bouillon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bouillonnetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bouillonnetjes | verkleinwoord, meervoud |
| bouillons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vleesnat’ voor het eerst aangetroffen in 1731
Woordfamilie van bouillon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bouillonnetje | verkleinwoord | bouillon |
| bouillonnetjes | verkleinwoord meervoud | bouillon |
| bouillons | meervoud | bouillon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bouillon zijn vastgelegd.