boston
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- bepaald type wals
- in de negentiende eeuw populair kaartspel in Europa
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] bostons | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bostonnen
- gebiedende wijs van bostonnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bostonnen
Vervoeging van boston
bostonhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1832
Woordfamilie van boston
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bostons | meervoud | boston |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boston zijn vastgelegd.