bosrit
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een tochtje op de rug van een paard buiten de manege, in het bos
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bosritje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bosritjes | verkleinwoord, meervoud |
| bosritten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos zn en rit zn
Woordfamilie van bosrit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bosritje | verkleinwoord | bosrit |
| bosritjes | verkleinwoord meervoud | bosrit |
| bosritten | meervoud | bosrit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bosrit zijn vastgelegd.