bospapaja
zelfstandig naamwoord ˈbɔspaˌpajaBetekenis
- kleine inheemse boom uit Suriname waarvan de bladeren gebruikt worden voor het maken van surrogaat thee
Hoe spreek je bospapaja uit?
/ˈbɔspaˌpaja/
Bospapaja bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| p | pak |
| a | maan |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Cecropia palmata kleine inheemse boom uit Suriname waarvan de bladeren gebruikt worden voor het maken van surrogaat thee
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bospapaja's | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos zn en papaja zn
Woordfamilie van bospapaja
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bospapaja's | meervoud | bospapaja |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bospapaja zijn vastgelegd.