bosbeer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bruine beer die een voorkeur heeft om in bossen te leven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bosbeertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bosbeertjes | verkleinwoord, meervoud |
| bosberen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bos zn en beer zn
Woordfamilie van bosbeer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bosbeertje | verkleinwoord | bosbeer |
| bosbeertjes | verkleinwoord meervoud | bosbeer |
| bosberen | meervoud | bosbeer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bosbeer zijn vastgelegd.