boomvrucht
zelfstandig naamwoord ˈbomvrʏxtBetekenis
- een vrucht van een boom
Hoe spreek je boomvrucht uit?
/ˈbomvrʏxt/
Boomvrucht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| v | vis |
| r | rood |
| ʏ | put |
| x | acht |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boomvruchten | meervoud |
| boomvruchtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boomvruchtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boom en vrucht
Woordfamilie van boomvrucht
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boomvruchten | meervoud | boomvrucht |
| boomvruchtje | verkleinwoord | boomvrucht |
| boomvruchtjes | verkleinwoord meervoud | boomvrucht |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boomvrucht zijn vastgelegd.