boomschaar
zelfstandig naamwoord ˈbomsxarBetekenis
- een snoeischaar om bomen mee bij te knippen
Hoe spreek je boomschaar uit?
/ˈbomsxar/
Boomschaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boomschaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boomschaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| boomscharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van boom en schaar
Woordfamilie van boomschaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boomschaartje | verkleinwoord | boomschaar |
| boomschaartjes | verkleinwoord meervoud | boomschaar |
| boomscharen | meervoud | boomschaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boomschaar zijn vastgelegd.