boombast
zelfstandig naamwoord ˈbombɑstBetekenis
- de bast ('huid') van een boom
Hoe spreek je boombast uit?
/ˈbombɑst/
Boombast bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| o | boot |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de bast ("huid") van een boom
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boombasten | meervoud |
| boombastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boombastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boom en bast
Woordfamilie van boombast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boombasten | meervoud | boombast |
| boombastje | verkleinwoord | boombast |
| boombastjes | verkleinwoord meervoud | boombast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boombast zijn vastgelegd.