boogminuut
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een zestigste van een booggraad ofwel 60 boogseconden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boogminuten | meervoud |
| boogminuutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boogminuutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boog en minuut
Woordfamilie van boogminuut
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boogminuten | meervoud | boogminuut |
| boogminuutje | verkleinwoord | boogminuut |
| boogminuutjes | verkleinwoord meervoud | boogminuut |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boogminuut zijn vastgelegd.