bonsai
zelfstandig naamwoord 'bɔnzɑjBetekenis
- gekweekt boompje in kamerplantformaat
- de in Japan ontwikkelde techniek om dwergbomen te kweken
Hoe spreek je bonsai uit?
/ˈbɔnzɑj/
Bonsai bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bonsais | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Japans, in de betekenis van ‘dwergboompje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1984
Woordfamilie van bonsai
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bonsais | meervoud | bonsai |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bonsai zijn vastgelegd.