bonken
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een dof stotend geluid voortbrengen door hard ergens tegenaan te slaan
- het hart in de keel voelen bonken: zeer gespannen zijn
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bonk
Vervoeging van bonken
bonkenhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘hard tegen iets stoten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1844
Woordfamilie van bonken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bonke | woordvorm | bonken |
| bonkt | woordvorm | bonken |
| bonkte | woordvorm | bonken |
| bonkten | woordvorm | bonken |
| gebonkt | woordvorm | bonken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bonken zijn vastgelegd.