bomenrij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een rij door de mens geplante bomen, vaak langs een weg of kanaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bomenrijen | meervoud |
| bomenrijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bomenrijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boom zn en rij zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van bomenrij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bomenrijen | meervoud | bomenrij |
| bomenrijtje | verkleinwoord | bomenrij |
| bomenrijtjes | verkleinwoord meervoud | bomenrij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bomenrij zijn vastgelegd.