boert
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- scherts, grap, spot, grappigheid, mop, plaisanterie
- klucht, comedie
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeren
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van boeren
- gebiedende wijs meervoud van boeren
- enkelvoud tegenwoordige tijd van boerten
- gebiedende wijs van boerten
Vervoeging van boert
boerthele werkwoord
Woordfamilie van boert
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boerten | meervoud | boert |
| boerte | woordvorm | boerten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boert zijn vastgelegd.