boegbeeld
zelfstandig naamwoord 'buɣbeltBetekenis
- een beeld dat ter versiering aangebracht werd op de voorsteven van een schip
- overdrachtelijk een opvallend kenmerk van iets dat als voorbeeld, uithangbord of visitekaartje fungeert
- iemands neus, vooral als deze nogal groot is
Hoe spreek je boegbeeld uit?
/ˈbuxbelt/
Boegbeeld bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| x | acht |
| e | veel |
| l | land |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een opvallend kenmerk van iets dat als voorbeeld, uithangbord of visitekaartje fungeert figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boegbeelden | meervoud |
| boegbeeldje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boegbeeldjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boeg en beeld
Woordfamilie van boegbeeld
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boegbeelden | meervoud | boegbeeld |
| boegbeeldje | verkleinwoord | boegbeeld |
| boegbeeldjes | verkleinwoord meervoud | boegbeeld |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boegbeeld zijn vastgelegd.