boedel
zelfstandig naamwoord ˈbudəlBetekenis
- geheel van iemands roerende goederen
- iemands vermogen, in het bijzonder zijn nalatenschap of de goederen in zijn faillissement (juridisch)
Hoe spreek je boedel uit?
/ˈbudəl/
Boedel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boedels | meervoud |
| boedeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boedeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘geheel van roerende goederen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1282
Woordfamilie van boedel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boedels | meervoud | boedel |
| boedeltje | verkleinwoord | boedel |
| boedeltjes | verkleinwoord meervoud | boedel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boedel zijn vastgelegd.