blauwtje
zelfstandig naamwoord ˈblɑucəBetekenis
- pijnlijke afwijzing van een amoureus voorstel, bij uitbreiding ook wel gebruikt voor andersoortige voorstellen
- bepaald soort kopie
Hoe spreek je blauwtje uit?
/ˈblɑucə/
Blauwtje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɑu | koud |
| c | tientje |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- alleen verkleinwoord benaming voor blauw gekleurde vlindersoorten uit het ondergeslacht Polyommatinae, zoals het heideblauwtje, Plebeius argus
- alleen verkleinwoord benaming voor de bisschopstangare, Thraupis episcopus
- alleen verkleinwoord pijnlijke afwijzing van een amoureus voorstel, bij uitbreiding ook wel gebruikt voor andersoortige voorstellen figuratively
- alleen verkleinwoord bepaald soort kopie obsolete
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord blauw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| blauwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van blauw met het achtervoegsel -tje