black-out
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- tijdelijke verlies van bewustzijn
- tijdelijk verlies van verstandelijke capaciteiten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| black-outs | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van black-outen
- gebiedende wijs van black-outen
Vervoeging van black-out
black-outhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘tijdelijk verlies van bewustzijn’ voor het eerst aangetroffen in 1951
Woordfamilie van black-out
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| black-outs | meervoud | black-out |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van black-out zijn vastgelegd.