biker
zelfstandig naamwoord ˈbɑjkərBetekenis
- zich stoer gedragende motorrijder
- iemand die een parcours door onregelmatig terrein rijdt op een daarvoor ontworpen fiets
Hoe spreek je biker uit?
/ˈbɑjkər/
Biker bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| k | kat |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bikers | meervoud |
Herkomst
[1] van Engels biker
Woordfamilie van biker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bikers | meervoud | biker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biker zijn vastgelegd.