bijvrouw
zelfstandig naamwoord ˈbɛivrɑuBetekenis
- een minder belangrijke echtgenote van een man in een polygame relatie
- vrouw waar iemand een langduriger amoureuze relatie heeft zonder met haar getrouwd te zijn
- een niet officiële partner
Hoe spreek je bijvrouw uit?
/ˈbɛivrɑu/
Bijvrouw bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| r | rood |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijvrouwen | meervoud |
| bijvrouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijvrouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bij bw en vrouw zn
Woordfamilie van bijvrouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijvrouwen | meervoud | bijvrouw |
| bijvrouwtje | verkleinwoord | bijvrouw |
| bijvrouwtjes | verkleinwoord meervoud | bijvrouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijvrouw zijn vastgelegd.