gevoeglijk
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ɣəˈvuxləkBetekenis
- passend, betamelijk, behoorlijk
- zonder probleem, zonder dat je de waarheid geweld aandoet
Hoe spreek je gevoeglijk uit?
/xəˈvuxlək/
Gevoeglijk bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| v | vis |
| u | boek |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gevoeglijke | verbogen, stellende trap |
| gevoeglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| gevoeglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| gevoeglijkers | partitief, vergrotende trap |
| gevoeglijks | partitief, stellende trap |
| gevoeglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| gevoeglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘betamelijk, gepast’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van gevoeglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevoeglijke | verbogen vorm | gevoeglijk |
| gevoeglijker | vergrotende trap | gevoeglijk |
| gevoeglijkere | verbogen vergrotende trap | gevoeglijk |
| gevoeglijkers | partitieve vergrotende trap | gevoeglijk |
| gevoeglijks | partitive, positive | gevoeglijk |
| gevoeglijkst | uninflected, superlative | gevoeglijk |
| gevoeglijkste | inflected, superlative | gevoeglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gevoeglijk zijn vastgelegd.