bijster
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord 'bɛɪstərBetekenis
- alleen predicatief + oorzakelijk voorwerp: iets bijster zijn: iets kwijtgeraakt zijn
- negatief: niet bijster: niet in bijzonder hoge mate
Hoe spreek je bijster uit?
/ˈbɛistər/
Bijster bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijstere | verbogen, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘bijwoord van graad: zeer’ voor het eerst aangetroffen in 1598
Woordfamilie van bijster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijstere | verbogen vorm | bijster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijster zijn vastgelegd.