bijou
zelfstandig naamwoord bi'ʒuBetekenis
- elk object (met uitzondering van kleding) dat op het lichaam wordt gedragen (of hoofdzakelijk dient om op het lichaam te dragen) met de bedoeling dat te verfraaien
Hoe spreek je bijou uit?
/biˈʒu/
Bijou bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| ʒ | journaal |
| u | boek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijous | meervoud |
| bijoutje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijoutjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kleinood’ voor het eerst aangetroffen in 1690
Woordfamilie van bijou
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijous | meervoud | bijou |
| bijoutje | verkleinwoord | bijou |
| bijoutjes | verkleinwoord meervoud | bijou |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijou zijn vastgelegd.