bijna-doodervaring
zelfstandig naamwoord bɛɪna'dotɛrvarɪŋBetekenis
- een ervaring in een veranderde bewustzijnsstaat tijdens een reële levensbedreigende situatie
Hoe spreek je bijna-doodervaring uit?
/bɛinaˈdotɛrvarɪŋ/
Bijna-doodervaring bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| a | maan |
| d | dak |
| o | boot |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- bewustzijnsstaat bij mensen die even klinisch dood zijn geweest, gepaard gaan met de ervaring uit het eigen lichaam te treden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijna-doodervaringen | meervoud |
| bijna-doodervarinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijna-doodervarinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstellende samenstelling van bijna bw, dood zn en ervaring zn , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.I
Woordfamilie van bijna-doodervaring
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijna-doodervaringen | meervoud | bijna-doodervaring |
| bijna-doodervarinkje | verkleinwoord | bijna-doodervaring |
| bijna-doodervarinkjes | verkleinwoord meervoud | bijna-doodervaring |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijna-doodervaring zijn vastgelegd.