bijenhuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- huis waarin meerdere bijenvolkeren kunnen leven
- gebouw met een tentoonstelling over bijen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| bijenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bij zn en huis zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van bijenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijenhuisje | verkleinwoord | bijenhuis |
| bijenhuisjes | verkleinwoord meervoud | bijenhuis |
| bijenhuizen | meervoud | bijenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijenhuis zijn vastgelegd.