bijenboer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die bijen houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijenboeren | meervoud |
| bijenboertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijenboertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bij zn en boer zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van bijenboer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijenboeren | meervoud | bijenboer |
| bijenboertje | verkleinwoord | bijenboer |
| bijenboertjes | verkleinwoord meervoud | bijenboer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijenboer zijn vastgelegd.