bijboot
zelfstandig naamwoord 'bɛɪbotBetekenis
- een klein bootje, dat gebouwd en bestemd is om op een binnenschip te worden meegenomen of als volgboot achter een klein binnenschip of jacht te worden gesleept
- hulpboot
Hoe spreek je bijboot uit?
/ˈbɛibot/
Bijboot bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| o | boot |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bijbootje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bijbootjes | verkleinwoord, meervoud |
| bijboten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bij bw en boot zn
Woordfamilie van bijboot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bijbootje | verkleinwoord | bijboot |
| bijbootjes | verkleinwoord meervoud | bijboot |
| bijboten | meervoud | bijboot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bijboot zijn vastgelegd.