biedermeier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een ronde bloemschikking met veel bloemen
- een kunstzinnige stroming in m.n. Duitsland en Oostenrijk in de 19e eeuw
- mensen die de onder (2) genoemde stroming aanhangen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biedermeiers | meervoud |
| biedermeiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biedermeiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘stijlperiode van’ voor het eerst aangetroffen in 1815
Woordfamilie van biedermeier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biedermeiers | meervoud | biedermeier |
| biedermeiertje | verkleinwoord | biedermeier |
| biedermeiertjes | verkleinwoord meervoud | biedermeier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biedermeier zijn vastgelegd.