biduur
zelfstandig naamwoord ˈbɪtyrBetekenis
- het tijdstip dat men gebruikelijk bidt
- een periode van een uur dat men bidt
Hoe spreek je biduur uit?
/ˈbɪtyr/
Biduur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biduren | meervoud |
| biduurtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biduurtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bidden ww en uur zn
Woordfamilie van biduur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biduren | meervoud | biduur |
| biduurtje | verkleinwoord | biduur |
| biduurtjes | verkleinwoord meervoud | biduur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biduur zijn vastgelegd.