bicommunautair
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot twee gemeenschappen met verschillende talen, in het bijzonder de Nederlands- en Franstalige Belgen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bicommunautairder | onverbogen, vergrotende trap |
| bicommunautairdere | verbogen, vergrotende trap |
| bicommunautairders | partitief, vergrotende trap |
| bicommunautaire | verbogen, stellende trap |
| bicommunautairs | partitief, stellende trap |
| bicommunautairst | onverbogen, overtreffende trap |
| bicommunautairste | verbogen, overtreffende trap |
Woordfamilie van bicommunautair
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bicommunautairder | vergrotende trap | bicommunautair |
| bicommunautairdere | verbogen vergrotende trap | bicommunautair |
| bicommunautairders | partitieve vergrotende trap | bicommunautair |
| bicommunautaire | verbogen vorm | bicommunautair |
| bicommunautairs | partitive, positive | bicommunautair |
| bicommunautairst | uninflected, superlative | bicommunautair |
| bicommunautairste | inflected, superlative | bicommunautair |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bicommunautair zijn vastgelegd.