biconcaaf
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- dubbelhol
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biconcaafs | partitief, stellende trap |
| biconcave | verbogen, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘dubbelhol (van lenzen)’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van biconcaaf
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biconcave | verbogen vorm | biconcaaf |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biconcaaf zijn vastgelegd.