biaisband
zelfstandig naamwoord biˈjɛbɑntBetekenis
- een in drieën gevouwen reepje stof: een breder middenstuk met twee naar binnen gevouwen flapjes dat men gebruikt voor het afzomen van een weefsel
Hoe spreek je biaisband uit?
/biˈjɛbɑnt/
Biaisband bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| j | ja |
| ɛ | bed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| biaisbanden | meervoud |
Herkomst
uit het Frans
Woordfamilie van biaisband
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| biaisbanden | meervoud | biaisband |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van biaisband zijn vastgelegd.