bezuipen
werkwoordBetekenis
- zich ~: drinken met het doel zwaar dronken te worden
Vervoeging van bezuipen
bezuipenhele werkwoord — bezopenvoltooid deelwoord
Alle 36 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezoop | verleden tijd |
| bezoop je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezoop me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezoop u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bezoop u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezoop zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezoop zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| bezoop zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezopen | verleden tijd, deelwoord |
| bezopen je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezopen ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezopen zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| bezuip me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezuip u/je , bezuipt je | gebiedende wijs |
| bezuipe zich | aanvoegende wijs |
| bezuipen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezuipen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezuipen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezuipt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezuipt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezuipt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| bezuipt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| bezuipt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| bezuipt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| zal me bezuipen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich bezuipen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je bezuipen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich bezopen hebben | verleden tijd |
| zich bezuipend | onvoltooid, deelwoord |
| zullen je bezuipen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons bezuipen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen zich bezuipen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult u bezuipen | tweede persoon |
| zult u bezuipen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult zich/u bezuipen | tweede persoon |
| zult zich/u bezuipen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
afgeleid van zuipen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezuipen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezoop | verleden tijd | bezuipen |
| bezuip | woordvorm | bezuipen |
| bezuipe | woordvorm | bezuipen |
| bezuipend | woordvorm | bezuipen |
| bezuipende | woordvorm | bezuipen |
| bezuipt | woordvorm | bezuipen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezuipen zijn vastgelegd.