bezigheidstherapie
zelfstandig naamwoord 'bezəxhɛɪtsterapiBetekenis
- een bezigheid die op zich weinig nut heeft maar het uitvoeren van de bezigheid zou wel een heilzame werking hebben op de beoefenaar van de bezigheid
Hoe spreek je bezigheidstherapie uit?
/ˈbezəxhɛitsterapi/
Bezigheidstherapie bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| e | veel |
| z | zon |
| ə | de |
| x | acht |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
| r | rood |
| a | maan |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezigheidstherapieën | meervoud |
Herkomst
samenstelling van bezigheid en therapie met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bezigheidstherapie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezigheidstherapieën | meervoud | bezigheidstherapie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezigheidstherapie zijn vastgelegd.