bevindelijk
bijvoeglijk naamwoord bəˈvɪndələkBetekenis
- geloof dat voortkomt uit de persoonlijke ervaring van de gelovige zelf
Hoe spreek je bevindelijk uit?
/bəˈvɪndələk/
Bevindelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| v | vis |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| l | land |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- op een manier die je zelf duidelijk ervaart
- met een geloof dat voortkomt uit de persoonlijke ervaring van de gelovige zelf
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bevindelijke | verbogen, stellende trap |
| bevindelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| bevindelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| bevindelijkers | partitief, vergrotende trap |
| bevindelijks | partitief, stellende trap |
| bevindelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| bevindelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van de stam van bevinden met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van bevindelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bevindelijke | verbogen vorm | bevindelijk |
| bevindelijker | vergrotende trap | bevindelijk |
| bevindelijkere | verbogen vergrotende trap | bevindelijk |
| bevindelijkers | partitieve vergrotende trap | bevindelijk |
| bevindelijks | partitive, positive | bevindelijk |
| bevindelijkst | uninflected, superlative | bevindelijk |
| bevindelijkste | inflected, superlative | bevindelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bevindelijk zijn vastgelegd.