benedenhuis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- woning op de begane grond in een huis met meerdere verdiepingen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| benedenhuisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| benedenhuisjes | verkleinwoord, meervoud |
| benedenhuizen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van beneden en huis
Woordfamilie van benedenhuis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| benedenhuisje | verkleinwoord | benedenhuis |
| benedenhuisjes | verkleinwoord meervoud | benedenhuis |
| benedenhuizen | meervoud | benedenhuis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van benedenhuis zijn vastgelegd.