bemonsteringstheorema
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een stelling over het bemonsteren van signalen met name t.a.v. het aantal bemonsteringen per seconde wat minimaal nodig is om een bepaalde frequentie digitaal te kunnen representeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bemonsteringstheorema's | meervoud |
| bemonsteringstheoremaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| bemonsteringstheoremaatjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van bemonstering en theorema met het invoegsel -s-
Woordfamilie van bemonsteringstheorema
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bemonsteringstheorema's | meervoud | bemonsteringstheorema |
| bemonsteringstheoremaatje | verkleinwoord | bemonsteringstheorema |
| bemonsteringstheoremaatjes | verkleinwoord meervoud | bemonsteringstheorema |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemonsteringstheorema zijn vastgelegd.